Trudie de Bruyn 80 jaar op 14 augustus

T

Het leeftijdsverschil tussen Trudie en mij rondden we altijd grofweg af op zeven jaren. Het is een mooi getal en het hield ook in dat Trudie net altijd een school verder was dan ik.

Vele jaren kwam ze naar mijn verjaardag op 1 januari. Erica, Janneke en Han kwamen ook geregeld langs, maar die hadden altijd veel met Sophie en Kloris te bespreken terwijl Trudie naar mijn besef echt voor mij kwam. Toch komt Trudie in het door Sophie samengesteld fotoboek over mijn kinderjaren helaas niet voor, behalve in een foto van het huwelijk van Erika en Tony, waarbij Christien en Agnes als bruidsmeisje op de eerste rij zitten en wij als drie kinderen een lied hebben gezongen (waarvan de auteursnaam niet vermeld is).

Ik weet niet meer wanneer dat verjaardagsbezoek ophield, ik weet wel dat het in de winter van 1962-1963 niet mogelijk was, omdat Westzaan toen door sneeuwbergen alom onbereikbaar was, behalve over het ijs – waarover ons Agnes’ beroemde uitspraak bijbleef ‘dat pappie over het ijs rijdt (in zijn 2cv) en de politie hem achterna zit’ – beide auto’s waren in feite op weg naar een boer die ervan verdacht was illegaal koeien te slachten die hij het dorp niet uitkreeg.

Dat Trudie in mijn tijd aan het Zaanlands Lyceum zelf alweer ‘een school verder was’ kan ik nog getuigen aan de hand van het geheel uit elkaar gevallen exemplaar van de schooluitgave van Homerus uit 1940: aangeschaft voor S.L. Carrière als leerling van het Christelijk Gymnasium, en nog voorzien van een inlegvel met een proefvertaling van boek epsilon van de Odyssee regel 171 vv. uit klas V en een getypte versie van het beroemde sonnet ‘Je veux lire en trois jours l’Iliade’ van Ronsard onder vermelding Haags Montessori Lyceum (kernmerk NS/4279). Zo is het boek dus van hand tot hand gegaan: van de moeder via de nicht naar de zoon.

Als scholier raakte ik nieuwsgierig naar het studentenbestaan. Ik heb Trudie dus ooit opgezocht op haar Leidse kamer. Ik weet niet meer wat ze me heeft laten zien, ik herinner me nog wel exact – onverklaarbaar als herinneringen zijn – dat ze me een langspeelplaat van Mozarts 17e pianoconcert KV 453 liet horen.

En toen was de studiekeuze aan de orde. Allereerst twijfelde ik tussen geschiedenis, filosofie en theologie, maar tegelijk ook tussen Leiden en Amsterdam. Sophie en Kloris hadden tenslotte allebei in Leiden gestudeerd en er levenslange vrienden aan overgehouden, en wat de theologie betreft drongen de Zaanse remonstranten (waar vader Kloris trouwens steeds minder bij betrokken was) erg aan op het volgen van hun in Leiden gevestigd seminarie. Dat laatste trok me hoe dan ook niet: met jeugdig radicalisme vond ik die Dordtse ‘artikelen tegen de remonstranten’ wel van ruggengraad getuigen. En Amsterdam trok me niet alleen vanwege provo, kabouters, Maagdenhuisbezetting en wat al niet, maar ook omdat ik op een Zaans ‘leerhuis’ Frans Breukelman had horen spreken, die toen net aan de Gemeente Universiteit was aangesteld en in de oudkatholieke pastorie in Krommenie was ingetrokken. Zijn in Hebreeuws, Grieks, Latijn, Duits welbespraakte en tegelijk existentiële Bijbelverklaring trok mij aan.

Trudie bood haar hulp aan. Ze had een vriendin (de naam ben ik vergeten), die partner was van Henk-Jan de Jonge, als Nieuwtestamenticus afgestudeerd in Leiden en inmiddels docent Nieuwtestamentisch Grieks aan de UvA. Hij heeft een avond lang op me ingepraat en met tal van argumenten (die me soms nog letterlijk bijstaan) betoogd dat Breukelman een fantast was met tal van onhoudbare theorieën. Het effect was duidelijk: nu wist ik zeker dat ik naar Amsterdam wilde.

Uit later jaren (1992) staat mij nog een gesprek met Trudie bij over een artikel dat ik terugblikkend over mijn opstelling in de Koude Oorlog had geschreven. Ze zei ervan geschrokken te zijn dat ik had bekend dat het me (op een bepaald punt) moeilijk viel me van de erfenis van Stalin los te maken. Dat was raak geschoten, want ik stel vast dat ik 35 jaar later en vele reizen door voormalige Sovjetrepublieken (toen dat nog leek te kunnen) en literatuurstudie verder, zijn donkere schaduw nog steeds over wereldgeschiedenis en wereldpolitiek zie hangen.

Steeds meer mengde ook Chris zich in zulke gesprekken, en vooral over Spinoza hebben we heel wat fraaie feiten, samenhangen en gedachten uitgewisseld. Dat ik behalve aan theologie ook aan filosofie en geschiedenis wilde doen, daarin heb ik me toch altijd met hem en Trudie verbonden geweten.

En nu kan me ze me, met haar zevenjarige voorsprong, ook nog leren hoe een mens tachtig kan worden…

About the author

door admin