Gebeden Oostzaan 12 april 2016

G

Gebeden dienst Protestantse Gemeente Oostzaan 12 april 2026

Kyrië: inleiding en gebed

Wanneer ik de tekst van ons intochtslied, waarvan we het vervolg zo dadelijk ook als gloria zingen, Psalm 81, tot me door laat dringen in het licht van de grote nood van de wereld op dit ogenblik, vallen mij twee zaken daarin op.

Ten eerste dat het grote gebeuren van het paasfeest, de uitleiding uit het land van de dood náár het leven, enorme vreugde oproept, maar ook diepe teleurstelling. Want wat is er van die grote bevrijding terecht gekomen? ‘Maar mijn eigen volk / was mij niet terwille / hoogmoed was hun tolk / en ik liet hen gaan / om hun trots te stillen’ zegt vers 10 van de berijming. Is dat niet een gemeenschappelijke ervaring van deze tijd? Binnenkort vieren we 81 jaar bevrijding van het Nazidom, maar waar onze ouderen toen voor vochten, lijkt gestaag te slijten, vergeten, ja verraden te worden. Mensenrechten worden bij voeten getreden en de machtigste man ter wereld gaat er prat op een beschaving te kunnen vernietigen, vluchtelingen zijn evenzeer gevreesd en bespot als joden die hier vanuit Duitsland kwamen in de jaren dertig, oorlogen worden begonnen en gevoerd zonder enige aandacht voor het inmiddels ontwikkelde oorlogsrecht. Daar kunnen wij ons voor Gods aangezicht niet bij neerleggen!

Het tweede: in vers 12 van de berijming kondigt de Heer aan, aan ruw geweld een einde te maken, zelfs zo dat de geweldenaars vroom veinzen dat ze Hém vereren, en dan heet het in vers 13 ook dat Hij zich zal keren tégen wie met valse voorwendsels Hem vleit. Kortom: al die schreeuwlelijken, dictators, bluffers kunnen tegen deze Ene niet op: niet omdat hij een nog krachtiger bluffer is, maar omdat hij hen met de andere middelen waarmee en met de andere doelen waarvoor Hij strijdt uiteindelijk het onderspit zal laten delven. Daar niet op te vertrouwen, dat is ons uiteindelijk verboden.

En daarom bidden wij:

Heer God, in grote nood, in angst, bezorgdheid, vertwijfeling wenden wij ons tot U. / Wij doen een beroep op U als de Bevrijder die Gij eens voor ons was: laat niet na, U ook aan ons geslacht in die hoedanigheid te vertonen en geef ons fiducie dáárin. /

En tegen alle dwingelanden, rechtsverkrachters, propagandistische leugenaars in bidden wij: dat Gij U met de hand waarmee ge uw kudde zachtkens leidt zult betonen als de ten laatste sterkere, wijzere, want mensvriendelijker kracht in ons bestaan, en dat ge niet zult toelaten dat wij in vertwijfeling verzinken. /

Zo bidden wij U: ky-ri-e e-lei-son, e-le-i-son. LB 301-g + Glorialied Psalm 81: 11, 12, 13, 14

Gebed om verlichting met de Heilige Geest

O Gij, die van al uw werken hebt gerust op de zevende dag, /Schenk het ook ons, die het Pasen hebben gevierd / en die daarom een voorspraak hebben bij U, die de hemelen is doorgegaan, / dat wij, in de kracht van de Geest, / blijven op de weg die voert naar een einde van de vijandschap, /naar een wereld van rust zonder schrik, van vrede zonder onrecht, / dat wij van die weg niet afwijken, / en dat wij ook bij de laatste rekenschap zullen verschijnen als mensen / die niet zijn afgevallen van het geloofsvertrouwen, ons geschonken door die paasmens: / Jezus Christus, leidsman en voleinder van het geloof. Amen.

Inleiding op de lezingen

Dit jaar biedt het oecumenisch leesrooster, in de zogeheten ‘alternatieve route’, in de Paastijd – te beginnen op de paasmorgen en te eindigen op de Pinkstermorgen, inclusief de Hemelvaartsdag – een negental lezingen aan uit de brief ‘Aan de Hebreeën’, die verder in zondagslezingen doorgaans weinig ter sprake komt. Aan het begin van de overweging, zo dadelijk, zal ik erop ingaan waarom deze brief juist in deze weken na Pasen goed tot zijn recht komt. Voor deze zondag is ons een fragment uit het vierde hoofdstuk ter voorlezing gegeven, dat behoort tot een langer gedeelte dat in grote mate een uitleg-met-vermaning wil bieden van de 95e Psalm. Die psalm zullen we dan ook als gezongen Schriftgedeelte tot klinken brengen, terwijl de eerste lezing is genomen uit de boeken van Mozes, waar die spreken van een belofte van veiligheid en rust in het land waarheen het volk dat na de uittocht uit Egypte door de woestijn trekt op weg is. Zo lezen wij nu eerst enkele verzen uit Deuteronomium 12.

Dankgebed en voorbeden, stil gebed, gezamenlijk gebeden ‘Onze Vader’

Wij danken U, of Vader, dat gij Jezus, uw geliefde zoon, / Die gehoorzaamheid aan U heeft geleerd uit hetgeen hij geleden heeft, / Hebt gered uit de dood [Heb. 5:7] en naar de hemelen hebt verheven Om daar voor Uw aangezicht tot groot priester te zijn in het hemelse heiligdom, ons tot brenger van offerande, voorspraak, leidsman, genezer en voleinder des geloofs. / En wij danken U voor het levende Woord, dat tweesnijdend zwaard, Waarmee Gij ons tot rechter zijt, ons oordeelt en daarmee plaatst op de rechte weg.

Zo bidden wij voor onszelf, uw gemeente, / Dat wij ons voor Uw aangezicht bereid tonen tot verantwoording van ons geloof en ongeloof, / Dat wij de broeders en zusters die iets tegen ons hebben onder ogen durven te komen, / Dat wij niet bij de ander maar bij onszelf de ongehoorzaamheid, het misverstaan van uw woord, het nalaten van uw geboden, het vergeten van uw sabbat, het veronachtzamen van het appel in het héden onder ogen durven te zien, /Dat wij opzien naar omhoog, vanwaar onze rechter, ons tot hulp, zal verschijnen; /zo vragen wij: Leidsman en redder van ons leven, maak alles nieuw

Wij bidden U voor een wereld vol geloofsafval, in onszelf en om ons heen. / We kunnen ons wel ergeren aan al die mensen, die alleen nog maar klagend door het leven gaan / die elk gezag van iemand die iets te zeggen heeft ver van zich werpen / die dienaren van het gezag bedreigen en bekogelen / die met elke ongehoorzaamheid in hun recht menen te staan / en zowel u als de zwakke naaste in hun nabijheid minachten – Maar staan wij zelf buiten die afvalligheid? / Hebben wij niet in ons kerkelijk verleden veel aanleiding tot de afval gegeven? / En hebben we de kerkverlating niet te gemakkelijk gedoogd, omdat we meenden dat er toch altijd nog een humaan besef overbleef, of zich zelfs beter articuleerde dan uw gemeente zelf kon opbrengen? / Hebben we de hemel niet te zeer verwaarloosd omdat we dachten dat de aarde vol recht en vrede waarop wij hoopten nauwelijks een hemelgewelf en een voorspreker aldaar, buiten ons, nodig zou hebben? / Tot bezinning gekomen, berouw uitend nu het bijna te laat is, zo vragen wij: Leidsman en redder van ons leven, maak alles nieuw

Wij bidden u tegen de priestergenootschappen in deze wereld: / De ayatollahs die de rechte levenswijze in pacht menen te hebben en een heel volk aan hun opvatting trachten te onderwerpen; / Maar ook de minister van oorlog van de Verenigde Staten die als het door paus Urbanus opgehitste volk van zijn eigen gewelddadige kruistocht uitroept: ‘Dieu le veut’; / Dat zij van uw dienaren te horen krijgen, dat het ware priesterschap in het hemelse heiligdom wordt beoefend en dat geen mens op aarde zich dit kan toeëigenen om eigen boze voornemens mee te legitimeren; / En dat ook wij daarvoor behoed worden, wanneer wij ons als zulke valse priesters gedragen; / zo vragen wij: Leidsman en redder van ons leven, maak alles nieuw

Wij bidden u tegen groeperingen, ideologieën, politiek-religieuze stromingen / Die een aanspraak op land legitimeren met Uw heilige schriften in de hand, /Die wat ooit de gebieden van Judea en Galilea heette, of zelfs het vermeende rijk van David en Salomo, met het zwaard willen veroveren en bereid zijn daarvoor vele tienduizenden lijken, doodstraffen, ongelijke behandeling, ja volkerenmoord voor hun rekening nemen – alsof de stem van uw profeten ook vandaag weer tot zwijgen moet worden gebracht; / zo vragen wij: Leidsman en redder van ons leven, maak alles nieuw

Wij bidden U voor de onderhandelaars van Iran en de Verenigde Staten dat zij, nu de rondes van gesprekken gisteren in Islamabad zijn vastgelopen, zich niet vastbijten in eigen gelijk maar na alle dwaasheden van de afgelopen weken alsnog tot bezinning zullen komen en toenadering, ja een rechtvaardige vrede zullen zoeken.

En wij bidden voor het Hongaarse volk, dat vandaag naar de stembus gaat; dat het beseft niet voor zomaar een aardse kiesraad, maar uiteindelijk voor uw rechterstoel tot een beslissing te moeten komen.

zo vragen wij: Leidsman en redder van ons leven, maak alles nieuw

[+ stil gebed, gezamenlijk gebeden ‘Onze Vader’]

About the author

R.H. Reeling Brouwer

Plaats een reactie